DnD Sessie 04-02-26
We begonnen waar we de vorige keer waren geëindigd: in de werkkamer en bibliotheek van Benjamin, direct na het doorstaan van de laatste proef. De spanning van de tests hing nog in de lucht toen Benjamin ons eindelijk uitleg gaf over wat er werkelijk aan de hand is. Zijn toon was die van een docent die vergevorderde theorie probeert uit te leggen aan studenten die daar eigenlijk nog niet klaar voor zijn. Complimenten werden afgewisseld met neerbuigende opmerkingen, maar onder dat alles lag een enorme hoeveelheid informatie verscholen.
De waarheid volgens Benjamin
Volgens Benjamin zitten we vast in een herhalende dag. Dat vermoeden hadden we al, maar nu werd het bevestigd: deze tijdsloop loopt al vele jaren. Alsof dat nog niet genoeg was, bleek Heel Vanen ook fysiek verplaatst te zijn naar de Underdark. Alles wordt in stand gehouden door complexe magie die is verankerd in drie grote stenen, vergelijkbaar met oude portaalstenen. Deze stenen dragen elk een andere laag van de magie: een barrière die gevaar buiten houdt, een laag die de stad en haar omgeving behoudt, en een derde laag die alles zou moeten verversen. Juist daar is het misgegaan. Tijdens een poging om maanmagie te manipuleren, vermoedelijk rond een eclips, is de tijd zelf gaan vastlopen.
Twijfels en een voorstel
De Senaat en Benjamin hebben geprobeerd de situatie zelf op te lossen, maar elke poging om bij de verantwoordelijke steen te komen eindigde slecht. Mensen raakten gewond, verloren hun verstand of overleefden het niet. Daarom richten ze zich nu tot ons, als buitenstaanders die zich al bewezen hebben. Het officiële verhaal over waarom de stad ooit werd verplaatst — bescherming tegen bandieten en bannelingen uit de Underdark — voelde dun en onvolledig, maar we besloten niet door te vragen. Uiteindelijk stemden we ermee in het te proberen. Het plan was om de volgende dag te beginnen; voor nu kregen we een uitnodiging om de avond door te brengen op het feest in de stad.
Terug de toren in
Niet iedereen kon het laten om braaf te vertrekken. Terwijl de rest richting herberg ging, keerden Alice en Dim'yon terug de toren in. De deur stond immers open, en dat voelt voor sommigen als een uitnodiging. Dim'yon ving een gesprek op waaruit bleek dat men verwachtte ons naar een steen buiten de stad te sturen, in het buitbos. Alice wist intussen een beveiligde deur in de hal open te krijgen en schakelde een verborgen alarm uit. Samen daalden ze verder af, dieper de toren in, op zoek naar wat daar verborgen lag.
De Vallei en groot toneelspel
Buiten besloot Sevila dat we ons moesten afzonderen om alles te bespreken. Belangrijk daarbij was een eerdere divinatie: daarin werd gesproken over het vernietigen van anchors, meervoud. Niet één enkele steen. In de café De Vallei kwamen we eigenaar Grontboer tegen, net op weg naar het feest. Wat volgde was een meesterlijke improvisatie: we deden ons voor als boodschappers van een waterfietsverzekeringsmaatschappij, gekomen om een grote uitbetaling te regelen na een scheepsontploffing. Grontboer trapte er volledig in. Hij regelde een kamer, zette alles op rekening en liet ons royaal bedienen. De tafel vulde zich met bier, wijn en zelfs een compleet lam.
De steen onder de toren
Alice en Dim'yon bereikten intussen een grote ronde kelderkamer, verlicht door fakkels, met in het midden een massieve steen. Dim'yon herkende de vorm onmiddellijk: dit leek sterk op een portaalsteen zoals hij eerder onder de academie had gezien. Toen Alice probeerde de krassen en tekens op de steen van dichterbij te bekijken, werd ze getroffen door een hevige mentale aanval. Pas toen ze afstand nam, trok het effect weg. Duidelijk was dat de steen zwaar beveiligd was, vooral op mentaal vlak. Voor vertrek lieten ze een onmiskenbaar spoor achter — een weinig subtiele boodschap dat “de rebellen hier waren”, compleet met groepsnaamdiscussie. Terug in De Vallei deelden ze hun bevindingen met de rest. Er is een ankersteen in de toren, zwaar beschermd, en de steen die de tijdsloop veroorzaakt lijkt buiten de stad te liggen. De avond eindigde met een ongemakkelijke vraag: als de Senaat zulke bescherming kan aanbrengen, waarom hebben ze ons dan nodig om het probleem op te lossen?
De steen die terugbijt (en de vraag die blijft)
De aandacht schoof weer naar de ankersteen in de toren. Die psychische klap — was dat een ingebouwde eigenschap van de steen, alsof je hand op een gloeiend fornuis legt? Of was het een magische beveiliging die de Senaat er later op had gezet?
Alice had geen duidelijke inscripties gezien die schreeuwden: “hier staat een barrière aan.” Maar het effect voelde óók niet natuurlijk. Het was alsof de steen zelf een grens trok in je hoofd, en niet alleen in de ruimte.
Gaia maakte een scherp punt: als het een beveiliging was die de Senaat zelf kon uitzetten, waarom waren er dan ooit dorpsbewoners heen gestuurd die er aan onderdoor gingen? Het riekte naar één van twee dingen: óf het is echt ‘natuurlijk’ (maar raar), óf het wás ooit door hen geplaatst en is inmiddels niet meer te verwijderen. Hoe dan ook: ze willen het niet uitzetten. En dat zegt op zichzelf al genoeg.
Eén steen slopen… of verder gaan dan de opdracht?
De groep stond ineens voor een oncomfortabele keuze. De Senaat had de opdracht gegeven: schakel één ankersteen uit. Intussen wist de groep nu de locatie van twee stenen: eentje buiten in het bos, en eentje in de toren — achter slot, grendel en mentale klauwen. De derde bleef onbekend.
De vraag werd hardop uitgesproken: “Zijn we bereid het bij één steen te houden?” Want als ze meer zouden doen dan gevraagd, keerden ze zich tegen de wil van de Senaat. En er hingen waarschuwingen in de lucht. Niet één, maar twee keer hadden ze gehoord dat het vernietigen van ankers rampzalige gevolgen kon hebben voor de gemeenschap van Vanen. Misschien was dat een echte waarschuwing… of misschien was het een test. Benjamin had immers al gesuggereerd dat de Senaat ook graag moraalproeven uitdeelt alsof het snoepjes zijn.
Toch: twee onafhankelijke signalen met dezelfde strekking negeer je niet zomaar. Zelfs cynici beginnen dan te fronsen.
De volgorde-theorie (en het risico van “oeps, continent”)
Tussen de twijfels ontstond een interessant idee: misschien draait het niet alleen om wélke stenen je vernietigt, maar vooral om de volgorde. Als één steen het dorp “op deze plek” houdt, zou het vernietigen daarvan het dorp kunnen terugplaatsen naar zijn originele locatie — en mogelijk de gemeenschap redden, als je daarna de rest slim aanpakt.
Maar daar zat meteen een adder onder het gras (en die droeg een meetlint): wat als jullie zélf mee verplaatst worden? Dan sta je ineens aan de andere kant van het continent, of erger: in een andere tijd. De missie zou in één klap onhaalbaar kunnen worden, puur omdat je te enthousiast aan het slopen bent gegaan.
De conclusie was: dit soort magie is te groot om “even te proberen”. Niet zonder plan, niet zonder informatie, en niet terwijl de Senaat vermoedelijk toekijkt als een kat bij een aquarium.
Portalen, lore, en een naam die je liever niet proostend noemt
Het gesprek schoof van ankerstenen naar portalen. Er waren restanten, portaalstenen, en vragen over hoe zo’n netwerk ooit gewerkt moet hebben. Kyor vroeg zich hardop af: als dit allemaal zo belangrijk is, waarom heeft het Equilibrium hem daar dan nooit over verteld? Was dit onbekend terrein, zelfs voor hen? Of hielden zij net zo goed informatie achter?
Kyor koos ervoor om het via religieuze kennis te benaderen — niet puur arcana, maar: “wat weet het Equilibrium hiervan, en wat zegt dat over mijn plek daarin?” De uitkomst was pijnlijk simpel: Kyor was wel onderdeel geweest, met een hogere rang, maar nog steeds vooral een uitvoerder. Portalen en dit soort stenen? Daar had hij opvallend weinig over gehoord. Het Equilibrium leek er niet actief mee bezig… al zegt dat ook weer niet alles over hun echte agenda.
Sevilla’s verhaal: Netheril, Poortwachters en een oud web van wegen
Sevilla nam de tijd om het groter te maken dan Vanen alleen. Portalen zijn er in vele vormen: deuren, wegen, scheuren in de wereld — sommige leiden naar plekken op dezelfde wereld, andere naar totaal andere werelden. Hemel, hel, droom, spiegels… dingen waar je niet met een normale wandeling komt.
Lang geleden bestond er een arcanistenrijk dat magie behandelde als wetenschap én kunst: Netheril. Zij konden dingen die moderne magiërs alleen als grootspraak in een kroeg zouden durven beweren. In dat rijk bestond een netwerk van portalen, bijna als een web dat de wereld doorkruiste. Een organisatie van “Poortwachters” beheerde het.
Na de val van Netheril raakte dat netwerk in verval. Eeuwen later stond er een tweede orde op die probeerde te repareren wat er nog te redden viel — minder vaardig dan hun voorgangers, maar wel toegewijd. Gaia bleek verbonden aan die tweede beweging: losse celletjes, cultusjes, ieder met eigen gewoontes, maar met hetzelfde idee: dit netwerk is machtig, en dus gevaarlijk in verkeerde handen.
En dát is precies waarom het zo zorgelijk is dat de Senaat met restanten al dit soort kunstjes kan uithalen.
De Rode Tijger, Mahadi, en waarom niemand rustig blijft zitten
Er was nog een naam die als een koude tocht door de kamer ging: de Rode Tijger. Iemand waarover Björk (en anderen) iets had gehoord — een figuur die gelinkt werd aan recente onrust rond Nesmé: een veldslag, een beleg, legers van uitschot. Hij zou niet gewonnen hebben, en daarna werd het stil. Maar “stil” is bij dit soort types vaak gewoon “aan het herladen”.
Langzaam viel het kwartje: de Rode Tijger bleek een bijnaam van Mahadi, de zielenhandelaar. Een regelaar. Een sluwe makelaar in deals waar je pas later de echte prijs van begrijpt. Het was ook meteen logisch waarom het Equilibrium hem liever niet frontaal bestreed: sommige vijanden zijn te glad om vast te pakken zonder jezelf te snijden.
Dimion onder het vergrootglas (Insight zegt: er ontbreekt informatie)
Toen het gesprek op Mahadi en oude portalen kwam, schoof de argwaan richting Dimion. Hij gaf toe dat zijn rol bij de academie anders was geweest dan men dacht: hij speelde mee om informatie te verzamelen en vertrouwen te winnen. Hij wist zelf ook niet alles. Maar dat klonk precies als iets wat je zegt als je wél meer weet, maar het nog niet wilt laten vallen.
Er werden Insight checks gegooid, en het beeld werd scherp: Kyor en Gaia zagen duidelijk dat Dimion informatie achterhield. Barry voelde dat ook, maar focuste zich op de verkeerde vragen, waardoor Dimion ruimte kreeg om te ontwijken zonder écht betrapt te worden. Het bleef in die irritante zone: nooit genoeg om hem aan te vallen, wel genoeg om hem niet te vertrouwen.
De groep hing even in een stilte waarin iedereen hetzelfde dacht: “we hebben hem nodig… maar hoelang nog?”
Praktische horror: de time loop eet je long rest op
Alsof morele dilemma’s niet genoeg waren, kwam er een mechanisch probleem bij: de tijdlus. Om 12 uur gaat het licht uit, om 6 uur word je wakker. Wie 8 uur nodig heeft voor een long rest, heeft dus pech — tenzij je vroeg gaat slapen of overdag gaat “long-resten”.
Dat betekende: spreuken niet automatisch terug. Geen spells wisselen. Geen volle voorraad magische opties. En precies op het moment dat iedereen besefte dat morgen waarschijnlijk een zware dag zou worden.
Het leidde tot een nieuw plan: gebruik vanavond nog de magie die er wél is (informatie-gathering), trek je daarna terug naar de bakkerij voor rust, en accepteer dat de loop je dwingt om anders te plannen dan normaal.
Planvorming: terug naar de toren, runes kopiëren, of waarheid afdwingen
Er kwam een concreet voorstel op tafel: als de torensteen zo belangrijk is, moeten ze die beter in kaart brengen. Alice en Dimion konden terug om de runes te bekijken, en iemand met een notitieboekje en sluiptalent kon ze één-op-één natekenen.
Er werd ook gegrapt over “professionals die geen sporen achterlaten” — een steek onder water, want iedereen wist: vorige keer was er wél een… laten we zeggen… nogal herkenbaar spoor achtergelaten.
Sevilla gaf aan dat ze ook kon helpen om waarheid los te krijgen uit een Senaatslid, als het erop aankomt. De onderstroom was duidelijk: als informatie niet vrijwillig komt, dan komt het misschien onder druk.
Arcana op de steen: ‘kinderlijke runes’ en vage aanwijzingen
Met hulp (en guidance) werd een stevige Arcana check gedaan op basis van de beschrijvingen. Het beeld dat naar voren kwam was bijna komisch: alsof iemand calligrafie had geprobeerd te leren met een beitel. Haanpoten, opgekalkte tekens, runes die nét iets te enthousiast in een steen waren gekrast.
De conclusie: de Senaat heeft geprobeerd magie in de portaalsteen te pompen of eruit te trekken — knutselwerk op iets dat eigenlijk een eeuwenoud systeem is. Er kwamen flarden herkenning: iets met transformatie, iets natuurlijks, en mogelijk weerstand. Maar het was te weinig om definitief te zeggen welke steen dit precies is (locatie, schild, tijdlus, of iets anders).
De enige echte zekerheid: zonder de steen zelf goed te bestuderen — of de Senaat tot antwoorden te dwingen — blijft het gokken.
De volgende stap ligt klaar
De avond eindigde met een kruispunt dat naar meerdere rampen leidt. Terug naar de toren om runes te kopiëren? De Senaat onder druk zetten? Of eerst rust pakken en morgen met volle kop beslissen?
Wat wel vaststaat: de groep is het niet eens over vertrouwen, niet eens over strategie, en niet eens over hoeveel “de opdracht uitvoeren” nog waard is als je daarna waarschijnlijk een los eindje bent.
En ergens in dit alles hangt Mahadi — de Rode Tijger — als een schaduw over het portaalweb, alsof hij allang besloten heeft dat de wereld een schaakbord is en iedereen anders gewoon pionnen zijn.
Varso schuift aan (dronken, maar niet ongevaarlijk)
Varso komt bij jullie staan met een bier in zijn hand. Zijn haar zit warrig, zijn blik wat glazig — hij is duidelijk aangeschoten. Jullie nodigen hem uit om even ergens rustiger te gaan zitten. In een meer afgezonderde ruimte ploft hij neer op een stoel.
Cecilia neemt het initiatief. Ze schuift de stoel goed aan, sluit de deur achter hem, en uit haar gewaden kronkelt een grote constrictorslang die zich om Varso heen wikkelt. Het wordt luchtig gebracht, bijna vriendelijk — “niet intimiderend of zo” — maar de boodschap is helder: dit gesprek is niet vrijblijvend.
De Zone of Truth en Varso’s snelle uitweg
Het gesprek draait al snel naar de kern. Jullie laten blijken dat jullie zijn “kleine gezelschap” inmiddels kennen via de Senaat: Alrik, Benjamin en de rest. Jullie vermoeden dat de Senaat jullie morgen op pad wil sturen om een ankersteen in het woud te vernietigen, en willen van Varso horen wat er nog verzwegen wordt.
Cecilia besluit geen risico te nemen en cast Zone of Truth, zorgvuldig zo geplaatst dat Varso erin valt en jullie erbuiten blijven. Precies op dat moment reageert Varso bliksemsnel. In één vloeiende beweging verplaatst hij zich uit het gebied, alsof hij het moment aanvoelde aankomen. De spreuk staat plotseling leeg in de kamer.
Varso maakt meteen duidelijk dat hij best wil praten — maar niet onder dwang of met trucs.
Een nieuw akkoord aan tafel
Er volgt een korte herijking van de sfeer. Jullie leggen uit dat het gebrek aan vertrouwen niet persoonlijk is, maar voortkomt uit eerdere ontmoetingen met zijn groepsgenoten. Varso stemt in met een normaal gesprek, zolang dit de laatste keer was dat er magische druk werd uitgeoefend.
Er wordt openlijk gezegd dat Varso niet per se eerlijker overkomt dan de rest van de Raad. Hij mag het horen. Toch wordt de spanning iets losgelaten: de slang verdwijnt, de deur blijft dicht, en Varso schuift opnieuw bij jullie aan. Het gesprek kan verder — op woorden alleen.
Twintig jaar dezelfde dag
Varso vraagt wat jullie werkelijk willen. Willen jullie hier weg? Willen jullie hen uitschakelen? Jullie antwoord is duidelijk: weg, zonder willens en wetens onschuldigen te maken.
Dat lijkt iets bij hem los te maken. Varso geeft toe dat hij zich al een tijd niet meer volledig kan vinden in het pad van zijn gezelschap. Twintig jaar elke dag hetzelfde meemaken, terwijl niemand je herinnert — het vreet aan hem. Voor hem voelt Vanen als een gevangenis. De rest van de Senaat ziet het anders, maar Varso is moe. Op, zelfs. Hij wil eruit.
Infiltratie, geloof en halve waarheden
Jullie benoemen hardop dat jullie het officiële verhaal van “een dorp redden van bandieten” niet geloven. Varso reageert met een droge observatie: slimmer dan jullie eruitzien. Dat wordt meteen bijgesteld — jullie hadden afgesproken aardig te blijven.
Varso bevestigt vervolgens dat het reddingsverhaal vooral een perfecte binnenkomer was. Een manier om vertrouwen te winnen en een positie te krijgen. Infiltratie, noemt hij het zelf. Religie komt ter sprake, met name de Godin Elistrea. Varso is geen fanatieke gelovige, maar als hij moet kiezen, verkiest hij haar boven de andere godin en de cultuur die daar omheen gebouwd is.
Er worden ook banden met huizen en de onderwereld aangestipt. Varso zegt zelf geen directe connectie te hebben, maar erkent dat anderen uit zijn gezelschap die wel hadden. Het voelt als een gesprek waarin steeds nét genoeg wordt gezegd om de contouren te zien, maar niet het hele beeld.
Een garantie gevraagd — en een vrouw die niets herinnert
Varso aarzelt. Hij wil meer vertellen, maar alleen als hij een garantie krijgt: als jullie hieruit ontsnappen, willen jullie hem dan erbuiten houden? Hij wil weg, hij staat niet meer achter het plan, en hij zegt dat hij “bijgekomen is van de illusie”.
Dan blijkt er nog iets anders te spelen. Varso praat over een vrouw — degene waar hij elke avond dronken over vertelt. Hij herinnert zich alles; zij niet. Elke dag ontmoet zij hem opnieuw, zonder herinnering aan wat ervoor kwam. Hij hoopt dat ze voor hem zou kiezen, als ze alles zou weten.
Jullie twijfelen. Zou hij haar echt alleen meenemen als zij dat vrijwillig wil? Of heeft hij die keuze allang voor haar gemaakt? De naam Elaria valt, en blijft even zwaar in de ruimte hangen. Dit is duidelijk meer dan alleen informatie — dit is een kwetsbaar punt.