Sessie 28 - De Koepel Valt

📅 2026-04-30 🎲 D&D Campaign

← All sessions

De Koepel Valt

Sessiejournal — 14 mei 2026


"Je kunt niet de hele wereld redden." — Kyor, aan Sevila, ergens in de Underdark


Datum: 14-05-2026 Locatie: Torenbergkelder van Benjamin → Underdark (voormalig Hilvanen) → De Onter Aanwezigen: Barry, Varg, Sevila, Kyor, Alice, Gaia, Dimy'on


Deel I — Het Onderdark Eist Zijn Deel

Wat Voorafging

De vorige sessie eindigde in bloed en stilte. In de torenkamer van Benjamin was het gevecht met de drie overgebleven senaatsleden beslecht. Twee lichamen — Kelthar en Alrik — belandden in de bag of holding, een voorzorgsmaatregel die de vorige keer zijn nut had bewezen. Drathzir was een ander verhaal. Op het moment dat de aandacht verslapte, was hij gewoon weg. Geen spoor, geen afscheid, geen verklaring. Ergens in de toren, of daarbuiten, had hij de kans gegrepen.

Na een vluchtige doorzoeking van de ruimte en het blussen van een handvol brandjes daalde de groep af naar de kelder, waar één van de portaalstenen wachtte.


De Eerste Steen

Kyor waagde als eerste de benadering. De barrière rond de steen liet hem echter met aanzienlijke schade terugvallen. Gaia stapte naar voren. Anders dan de keer ervoor leek er geen twijfel meer in haar te zitten — ze liep recht op de steen af en begon te slaan.

Slag na slag. Boven de grond begonnen de trillingen voelbaar te worden, gevolgd door gerommel en geraas. Iemand hield met magie het dak van de kelder overeind — een verstandige keuze. Toen de laatste slag viel, was het stil.

De steen lag aan gruzelementen.


Zago Gaat Kijken

Sevila stuurde haar vertrouwde Zago de trap op, door de deur naar buiten, en keek mee door zijn ogen.

Wat hij aantrof was niet de ronde entree van de toren. De toren was verdwenen. De straat was verdwenen. Alles wat Hilvanen was, was weg — vervangen door de Underdark die hier altijd onder had gelegen. Donkere spelonken in alle richtingen. Lichtgevende paddenstoelen in de verte. Kaatsend licht ergens ver boven. Een stukje water aan de rand van wat ooit de stad was.

De tijdlus had Hilvanen tientallen jaren vastgehouden op een plek die eigenlijk aan het Onderdark toebehoorde. Nu de eerste steen was gevallen, eiste die wereld zijn grond terug.


Paniek en Bloed

De dorpsbewoners waren er nog. Ze liepen rond in een grot die ze niet herkenden en schreeuwden naar een zon die er niet was.

Ze waren niet alleen.

Dark mantels zweefden door de lucht. Een reusachtige duizendpoot hakte in op vluchtelingen. Gasbolsporen vielen neer en vergastten wie te dicht in de buurt kwam. Overal klonk het gekletter van strijd.

Kyor opende de torendeur en wierp Daylight naar buiten — een baken voor wie het kon bereiken. Sommigen renden er naartoe. Anderen vluchtten weg van het licht in de paniek. Barry's wapen ontplofte en maaide een cluster wezens neer. De groep verspreidde zich en deed wat ze kon.

Na een half uur tot drie kwartier was de onmiddellijke dreiging gebroken. Ongeveer een derde van de bevolking van Hilvanen overleefde het niet.


Wat de Grot Liet Zien

Toen de rust enigszins terugkeerde, nam de groep de omgeving in zich op.

De beschermende koepel stond nog. Aan de oostzijde duwde een enorme watermassa zich ertegenaan — opgestapeld over jaren terwijl de barrière het had tegengehouden. Iets bewoog daarin: tikken op het schild, licht dat zo nu en dan uit het water leek te komen. Het tentakelwezen in die diepte bleef onzichtbaar.

In het noorden waren, buiten de koepel, kampvuren zichtbaar bij een opening die naar diepere gangen leek te leiden. Schimmen bewogen in het licht. In het zuidwesten stond de Onter — een kolossaal metalen gevaarte op rupsbanden met een grote boor aan de voorkant. Daarbij vochten twee vertrouwde figuren: Ulm, een imposante Goliath met twee zwaarden, en Malvin, die Myconids van de zijkant neerprikte. De rest van de bondgenoten was niet zichtbaar — vermoedelijk binnenin.


Het Debat bij de Koepelrand

Met nog ruim een uur tot de verwachte reset brak een lang debat los over wat nu te doen. De opties waren niet goed.

Als de koepel viel, zou de waterwal erbuiten binnenkomen en ruwweg een derde van de grot overspoelen. Als ze wachtten, werd de situatie voor de overlevende bevolking er niet beter op. Dimy'on opperde de drillboor van de Onter te gebruiken als ontsnappingsroute voor de mensen — een tunnel omhoog graven en de bevolking laten volgen — maar het tijdverlies dat dat zou kosten was onhaalbaar. Alice stelde voor de loop nog één keer te laten resetten, om meer ruimte te kopen. Anderen waren somber maar eerlijk: een derde was al weg. Wat kochten ze met één extra nacht?

Uiteindelijk werd besloten de nacht uit te slapen. De reset mocht komen. Morgen zouden ze verder zien.


De Havensteen Gevonden

Op weg naar de Onter stuitte de groep op een portaalsteen.

Gaia bekeek de symbolen. Ze herkende het teken van een cirkel rondom een steen — het schildsymbool. Dit was de havensteen: de steen die de koepel in stand hield. Ze lieten hem met rust. De locatie werd in het geheugen geprent.

De ruimtelijke vervorming van de lus had alle oriëntatie door elkaar gegooid. Ze hadden gedacht richting het bos te lopen. Het bos lag ergens anders.


Ulm en de Geluidsloze Grens

Bij de koepelrand werd het beeld buiten steeds scherper.

Ulm en Malvin vochten al een tijdje. Een stapel neergeslagen Myconids bewees dat. De rest van de bondgenoten — Sabina, Om, en de anderen — was niet zichtbaar, vermoedelijk binnenin de Onter. Het luik zat dicht.

De koepel bleek geluiddicht. De groep kon de strijd zien maar niets horen.

Sevila creëerde een Minor Illusion van het zegel van de League of Boots and Trails. Ulm keek op. Hij schreef met een zwaard in de modder aan zijn voeten: Ik ben Ulm. De boodschap die teruggeschreven werd was helder: als de groep binnen 24 uur niet buiten was, moesten ze zichzelf in veiligheid brengen. Ulm knikte ernstig, wees naar de Onter en gaf te kennen dat hij hem in gereedheid zou brengen. Sabina liet weten dat een mentale verbinding minstens tien minuten zou vergen — te risicovol zo dicht bij de reset. Ulm en Malvin liepen terug naar de machine.

De groep sliep de reset uit.


Deel II — Twintig Jaar in Één Ademtocht

De Ochtend Na de Reset

Ze werden wakker in de Underdark. Maar iets was anders dan de avond ervoor.

Stukken van Hilvanen waren teruggekomen. De haven stond er grotendeels weer — gebouwen die ooit door de dagelijkse vuurzee waren verwoest en daarna door de loop waren hersteld. De toren van Benjamin was half terug. Andere gebouwen stonden in stukken. Het herstel was selectief: de lus had alleen teruggegeven wat ze zelf had gerepareerd.

Zago werd naar de torenbergkelder gestuurd. De eerste portaalsteen lag er nog steeds aan gruzelementen. Hij was niet teruggekomen.


De Bevolking Verzamelen

Kyor nam het initiatief. Met illusies van Varg hoog in de lucht en de guidance van Barry wist hij een grote groep paniekerende dorpsbewoners te bereiken en hen een richting te geven.

Niet zonder tegenwerking.

Heer Grondbuur stapte naar voren. De herbergier hield de groep voor dat ze niet te vertrouwen waren — verhalen over kamers die niet betaald waren, over een bankoverval, over leugens die hij zelf had aangehoord. Ergens achter hem sloot Mirna zich aan: zij riep dat ze van een dak was meegenomen. Meer stemmen volgden. Kyor probeerde Grondbuur persoonlijk te overtuigen — hij erkende de onrechtvaardigheid, verdedigde de keuzes, wees op de vrijheid die nu voor hen lag. Grondbuur bleef onvermurwbaar.

Een deel van de menigte trok met hem mee. Een deel bleef staan.

Ongeveer duizend mensen waren te bewegen.


De Bossteen

Het plan was eenvoudig: Gaia en Kyor zouden de loopsteen in het bos vernietigen. De rest leidde de menigte zo dicht mogelijk naar de koepelrand bij de Onter.

Gaia sloeg de bossteen. Geen gedonder dit keer, geen instortende muren. Alleen een zachte beweging in de bomen om haar heen — alsof ze een fractie breder werden op het moment dat de steen brak. De tijdlus, voor dit stukje wereld, was voorbij.

Wat daarna gebeurde was niet te voorkomen.


Twintig Jaar in Één Adem

In de menigte bij de koepelrand begon het te veranderen.

Een oudere man zakte in elkaar en stierf. Een jongen begon zichtbaar te groeien terwijl hij stond — tanden vielen uit, nieuwe kwamen, hij groeide en hield op met groeien en stierf. Een vrouw baarde een kind dat niet bleef leven. Overal in het plein kwamen twintig jaar ineens samen: wonden die elke dag opnieuw waren geheeld door de reset kwamen allemaal terug. Mensen bezweken aan leeftijd, aan verwondingen, aan alles wat de lus twintig jaar lang had uitgesteld.

Kyor rende van de ene stervende naar de andere. Healing spells, gebeden, handen. Er waren er te veel. Op een gegeven moment knielde hij gewoon neer en bad hardop — een smeekbede aan Avandra voor hulp die hij zelf niet kon geven. Barry stond erbij, net zo machteloos.

Tivan was dood. De jongen die de groep keer op keer over de weg had zien rijden — de wonden van het allereerste incident waren teruggekomen en hadden hem gevonden. Sevila bleef bij hem staan en sprak niet.


Het Slangetje

Kyor liep op Sevila af.

Ze stond naast het lichaam van Tivan. Ze zei weinig, maar wat ze zei was eerlijk: ze had even gedacht dat de magie van de loop misschien anders had kunnen werken. Dat het lot veranderbaar was. Dat wat geschied was, ongedaan gemaakt had kunnen worden.

Ze dacht aan Tess.

Kyor luisterde. Hij zei dat ze gedaan hadden wat ze konden — dat de wereld niet te redden was door twee handen alleen, dat het verleden in steen gegrift was, ook voor hen. Dat ze er altijd aan gedacht hadden, de bevolking, elke stap. Dat dat telde.

In Tivans buidelzakje vond Sevila het kleine houten slangetje dat ze hem ooit had gegeven. Hij had het bewaard.


De Kaart en de Gids

Dimy'on haalde een leren rol uit zijn tas en strekte een kaart uit voor Kyor.

Via de noordelijke passage — een stelsel van gangen dat hij herkende — kon een groep mensen in een paar dagen de snelste route naar de oppervlakte bereiken. Twee weken, als het meezat. Gevaarlijk, maar mogelijk. Het was het enige dat de achterblijvers hadden.

Alice, die jaren in de Underdark had overleefd op wat ze kon vinden, schreef tegelijk een veldgids: welke paddenstoelen eetbaar waren, welke giftig, hoe je ze kon bereiden of rauw kon eten. Twee versies — een basisoverlevingsgids en een met échte maaltijden. Dat laatste maakte het verschil tussen overleven en het bijhouden.


Locate Creature

Gaia had tijdens haar lange rust Locate Creature voorbereid. Ze probeerde Drathzir te vinden.

Ze kon hem niet vinden. Of hij was niet meer in de grot — of hij had een andere gedaante aangenomen die buiten het bereik van de spreuk viel. De groep vermoedde het laatste: als necromant had hij zichzelf eerder teruggebracht. Het was goed mogelijk dat hij ergens rondliep in een vorm die niemand herkende.

De spreuk bleef actief als concentratie.


De Koepel Valt

Het plan voor de laatste steen was in de vroege ochtend bepaald. Gaia en Sevila zouden bij de havensteen blijven. De rest leidde de duizend overlevenden richting de Onter. Kyor hield Control Water gereed — level 4, klaargelegd tijdens de lange rust — voor het moment dat de koepel het begaf.

Gaia begon te slaan.

Bij de eerste barsten sijpelde water door. Door één van de scheuren stak een tentakel naar binnen — iets in het opgestuwde meer buiten de koepel — en greep in de richting van wat beneden bewoog. Gaia sloeg door.

Bij de laatste slag brak de koepel.

Het water viel als een stortvloed naar beneden en overspoelde een groot deel van de grot. Kyor wierp Control Water op — een verticale dam van water die de stroom keerde en de groep droogvoets hield. Het werkte. Maar een groep dorpsbewoners die zich naar een andere kant had gesplitst, werd meegevoerd.

In het noorden werden trommels hoorbaar. De kampvuren kwamen dichterbij. Een strijdmacht — sprekend in een Underdark-taal die Dimy'on en Alice gedeeltelijk verstonden — brak door de opengevallen koepelrand naar binnen en viel aan.


De Menigte bij de Onter

Ulm en Malvin hadden de laatste Myconids net neergeslagen.

De menigte zette het op een lopen. Dimy'on was er als eerste. Hij klom op de Onter, trok zijn zwaarden en schreeuwde dat iedereen die de machine aanraakte zijn vingers kwijtraakte. Alice ging onzichtbaar bovenop zitten als tweede linie. Barry werkte met intimidatie en Kyors guidance de aanstormende massa tot stilstand. De meeste luisterden. Een handvol niet.

Tien tot vijftien dorpsbewoners kwamen om in de confrontatie bij de Onter.


Deel III — Een Naam op Steen

De Kaart Gaat Mee

Barry pakte de kaart van Dimy'on en sprak de menigte toe. Er was geen plek in het voertuig — dat was de waarheid, en hij zei het recht voor z'n raap. De enige weg naar buiten liep via de kaart: een tunnel naar het noorden, een paar dagen lopen, twee weken tot de oppervlakte.

Een man stapte naar voren. Een boswachter die de kaart bekeek en zei dat hij die route kon vinden. Anderen voegden zich bij hem. Er ontstond een kern van mensen die bereid was te leiden. Kyor raadde af om af te snijden — de kortere wegen waren onbetrouwbaar. Ze luisterden.


De Onter Staat Klaar

Gaia landde als reusachtige adelaar bij de Onter en bracht het bericht: het voertuig stond klaar. Gendel en Malvin hadden de stookruimte gevuld — kolen de pijpen in, stoom door de buizen — en de machine draaide. Hoe ze het voor elkaar hadden gekregen was onduidelijk, maar het werkte.

Kyor schreeuwde een laatste zegen naar de menigte. Avandra was bij hen. Veel succes. Haal het alsjeblieft.


Een Naam op Steen

Voordat ze instapten, bleef Sevila staan bij een groot rotsblok bij de Onter-locatie.

Ze sprak een Magic Mouth spreuk uit en stelde die in op een vrouwelijke Drow. De boodschap die ze achterliet klonk als een vonnis:

"Zij die dit kwaad hebben doen geschieden, waren het de Berndra, onder leiding van Velkien Zalnil. En ieder die hen doet sterven, zal een grootse beloning tegemoet treden."

Een naam. Een factie. Achtergelaten voor wie ooit langs zou komen.


De Poort Achter Ons

De menigte rende langs de Onter de noordelijke tunnel in, de duisternis tegemoet.

De groep haalde een paar lichamen van het dek, besteeg de machine en sloot de deur. Binnenin draaiden de machines. Gendel stond achteraan vrolijk te scheppen. De stoom liep door de buizen. De Onter was krap, vol en heel.

Achter hen lag wat ooit Hilvanen was geweest — een koepelloze grot, een half teruggekeerde stad, een plein vol stilte. Ervóór lag de Underdark, en ergens daarin een man die ze niet hadden kunnen vinden.

De Onter reed weg.