De Erfenis van Bloedoog โ Sessie 06: De Prijs van Water
Sessiejournaal โ 16 juli 2026
"Hex engine overbelast โ venting plasma." โ De Vreemdeling
Locatie: De onderwatertempel van Amberley โ van de offerkamer, door een onderwatertunnel, naar een grote onderwatergrot
Aanwezigen: Krak, Blackspot Pete, Lucien, Pann, Balthasar, een onbekende vreemdeling
De strijd hervat
Het gevecht was al gaande toen deze zitting begon, en het tempo lag hoog. Achterin de zaal stond een priester โ een forse gestalte in natte gewaden โ met een waterige scroll tussen zijn handen, waaruit langzaam een figuur begon te verschijnen. Geen bezwering meer, maar een afronding: het wezen was bijna compleet. In het midden van de kamer probeerden twee zeeduivels een gebonden vreemdeling te offeren, zijn hoofd onder water geduwd in een poging hem te verdrinken als offer aan Amberley. Rondom cirkelden haaien in het bassin, hongerig, wachtend op iemand die het water zou betreden.
Pete handelde onmiddellijk. De vreemdeling naast hem in het water was vastgebonden, zijn polsen bij elkaar getrokken met nat touw dat in het donker bijna onzichtbaar was. Pete schatte de afstand, de tijd, en de risico's โ en koos ervoor zijn volle aandacht te geven aan het doorsnijden van die touwen. Zijn zilverzwarte lemmet vond het touw, sneed erdoor, en de vreemdeling kwam los. Hij strekte zijn armen, eerst houterig van de lange tijd in boeien, daarna met een hervonden vrijheid die hij gebruikte om naast Pete in positie te schuiven. Twee zeeduivels, zij aan zij onder water, en een krokodil die naderde. Het gezelschap werd groter.
Krak en de waterkolos
Boven op de smalle stenen brug torende het waterwezen boven Krak uit โ een kolos van doorzichtig, kolkend water dat bij elke beweging dreigend over de rand gutste. Krak haalde twee keer uit met zijn greataxe. De eerste klap kwam hard aan, water dat alle kanten op spoot. De tweede klap trof opnieuw. Maar het wezen herstelde zich telkens, trok nieuw water uit het bassin om zijn vorm te behouden, en bleef overeind. Krak hakte door, twijfelend of hij wel effect sorteerde, maar niet stoppend.
Lucien, nog in krokodillenvorm, liet de haai los waarin hij had gebeten en richtte zich op een zeeduivel. Zijn kaken vonden een schouder, beten zich vast โ een diepe hap โ en hij grappelde het wezen. Bloed verspreidde zich door het water. De zeeduivel rukte zich op zijn beurt los, een stuk van zijn schouder achterlatend, en zwom dieper weg.
Pann, hoog in de lucht, had het op dat moment het moeilijkst. Drie zeeduivels stonden onder hem, werpend met speren die venijnig dichtbij kwamen. Eรฉn trof hem in de borstkas, dertien punten schade, de speer bleef steken. Maar Pann hield stand. Zijn tovervuurbal rolde over de stenen vloer, langs een boog heen, en trof een zeeduivel vol in de rug. Het wezen dook het water in om de vlammen te doven, maar kwam niet meer boven. Hij dreef stil weg.
De priester vlucht
Terwijl het gevecht in de zaal verspreid raakte, gebeurde er iets waar de groep niet op had gerekend. De priester achterin de zaal liet zijn scroll los โ het perkament loste op in het water alsof het nooit had bestaan โ riep iets in een scherpe, vreemde taal naar de twee zeeduivels die hem nog beschermden, en lachte. Het was geen lach van triomf. Een man die wist dat hij weg kon. Hij dook het water in en verdween onder de brug, het donker van de onderwatergang in. De groep kon niets doen. Hij was weg.
Maar zijn creatie bleef.
Het hart van de vreemdeling
De vreemdeling klauterde uit het water op de stenen vloer, half wier en touw nog om zijn lijf, hijgend maar overeind. Hij trok de restanten van zijn kleren open โ en wat eronder zat was geen huid. Een laag metaal, een verborgen harnas dat in zijn borstkas was verwerkt. Het opende zich even, een kier, en onthulde iets wat niemand in het gezelschap eerder had gezien: een vreemd, groen gloeiend mechanisme, bestaande uit kristallen en buisjes die heen en weer liepen, een motorblok dat roodgloeiend pulseerde. Een zachte, vertinkelende stem klonk: "Hex engine overbelast โ venting plasma."
Hij sprak een vloek uit over het waterwezen โ hex โ en richtte zijn borstkas op het monster. Twee stralen van groenige energie schoten door de ruimte, troffen het waterwezen vol in het midden, en verspreidden zich door het elementale lichaam. Het water begon te aarzelen. Zijn bewegingen werden trager.
De val van de elementaal
Krak voelde de verandering. Het waterwezen was kwetsbaar. Hij haalde opnieuw uit, en opnieuw, en opnieuw โ elke klap vond het wezen, elke klap deed het water spatten. De groene energie van de vreemdeling had het wezen van binnenuit aangetast, en Krak sloeg precies op de plaatsen waar die energie zich had verzameld. Na een reeks van zware treffers begon het waterwezen in te zakken. Het probeerde zich nog eenmaal te herstellen, maar Krak sloeg er dwars doorheen. Het lichaam viel als een slappe zak in elkaar, water dat over de brug en het bassin stroomde. De kamer werd stil.
Onder water had Pete zich staande gehouden tegen zijn zeeduivel. Lucien, in krokodillenvorm, zwom onder de brug door en ontdekte iets: een donkere gang, een onderwatertunnel die wegvoerde, dieper de tempel in. Op datzelfde moment stopten de haaien met cirkelen โ ze zwommen allemaal dezelfde kant op, de tunnel in, en verdwenen.
Pann, hoog in de lucht, zag de laatste vrije zeeduivel panikeren. Het wezen, zwaar gewond, dook het water in om te vluchten. Panns rotte vis vond hem alsnog โ een handvol rottende vis, besprenkeld met magie, trof hem tegen de achterkant van zijn hoofd. Hij bleef stil liggen.
Eรฉn zeeduivel probeerde nog te ontkomen onder de brug. Lucien zwom hem achterna, zijn kaken sloten zich om het wezen, en de death roll begon โ een draaiende, scheurende beweging die het water rood kleurde, rond en rond, tot de kaken door het midden heen gingen. Het wezen dreef in twee stukken weg. De krokodil likte zijn lippen af en kroop terug de kant op.
Nasleep en kennismaking
De zaal lag stil. Het water was rustig, het schuim trok langzaam weg. Pann, nog nagenietend van de victorie, haalde een klein vissersnetje tevoorschijn en begon tussen de drijvende resten in het water te vissen โ haaienstukken, zeeduivel, het maakte hem niet uit wat, als het maar eetbaar was. Niemand vroeg te precies welke stukjes er nu precies in zijn netje belandden.
Pete liep op de vreemdeling af. Een knikje, een kort gebaar. "Tegenstander van mijn tegenstander is mijn vriend," zei hij. "Dus jij bent nu mijn vriend." De vreemdeling keek hem aan met ongelijke ogen โ het ene gewoon, het andere een groot, glinsterend kristal waar dunne metalen uitlopers diep in het hoofd liepen. Statische elektriciteit knetterde over zijn lichaam. Hij probeerde Pete te omhelzen, wat even onhandig bleek โ zijn huid was giftig, zo ontdekte Pete, al haalde hij de reddingsworpen zonder problemen. De vreemdeling leek oprecht blij met zijn nieuwe vriend, al was zijn geheugen vrijwel volledig leeg. Hij wist niet hoe hij hier was gekomen, wat hij was, of waar hij vandaan kwam.
De rest stelde zich voor. Lucien, inmiddels terug in zijn eigen gedaante. Pann, die een hand opstak maar er weinig van verwachtte. En de vreemdeling zelf โ op het moment dat iemand zijn naam vroeg, klonk er een vreemde stem om hem heen: "Identiteit: onbekend. Classificatie: 3.14?" Een vraagteken in de intonatie. Een echo van iets wat ooit een naam was geweest. Een gedeelte van de groep begon hem toen maar 3.14 te noemen. Zelf noemde hij zichzelf vooralsnog "Zelf" โ een man zonder verleden, zonder geheugen, een machine-mens die niet wist hoe hij in deze tempel terecht was gekomen.
En er was een dringender probleem. Op het moment dat iemand vroeg of hij beschadigd was, begon een van zijn ogen rood op te gloeien, en klonk de mechanische stem opnieuw: "Catastrofale schade in hexcore gedetecteerd. Meltdown in progress." De hex engine, het groene mechanisme in zijn borst, liep roodgloeiend. Als iemand in het gezelschap hem kon repareren, was het Balthasar โ de halfling met de meeste kennis van mechanische dingen. Maar Balthasar was nog niet ter plaatse. De vreemdeling zou mee moeten, in de hoop dat de halfling iets voor hem kon betekenen.
De tunnel in
De enige uitweg uit de zaal was de tunnel die Lucien had ontdekt โ een donkere onderwatergang die onder de brug door dieper de tempel in leidde. Pete dook als eerste, zijn umbral sight gaf hem zicht in de duisternis. De tunnel was lang, veel langer dan de vorige, maar zwemmen was haalbaar. Het laatste stuk opende zich in een grote onderwaterruimte โ een uitgestrekte, diepe grot met gloeiend koraal langs de wanden. Lichtgevende sponzen, visjes die als vuurvliegjes tussen het koraal zwommen, en een spookachtige groene gloed die over de stenen vloer speelde. Boven het water, niet ver daarboven, een wateroppervlakte. Ergens daarboven moest droge grond zijn.
Pete keerde terug en rapporteerde. De tunnel was haalbaar, maar er was รฉรฉn probleem: "Zelf" kon niet zwemmen. Of beter gezegd โ hij kon niet ademen onder water. Iets in zijn constructie had geen voorziening voor aquatische omstandigheden. De groep zou hem moeten helpen, net zoals ze elkaar tijdens de vorige tocht hadden geholpen. Krak, Pann en Balthasar namen de taak op zich: Krak sleepte, de rest hielp waar nodig. Pete zwom vooruit als verkenner. Het gezelschap dook de tunnel in, de duisternis tegemoet.
De grot en de haaien
Aan de andere kant van de tunnel wachtte een grote overweldigende ruimte. Het water was diep, de wanden bedekt met lichtgevend koraal. Enkele meters onder het wateroppervlak lag een klifwand die naar ondieper water leidde, waar een plateau boven het water uitstak. Verderop, aan de achterkant van de grot, torende een spectaculaire formatie van koraalkokers boven het water uit, als een natuurlijke troon in het schijnsel van het fosforiserende licht. Het was tegelijk prachtig en dreigend.
Maar er was ook beweging. Drie haaien โ dezelfde als in de offerkamer, herkenbaar aan de krokodillenhap in hun flanken โ cirkelden langzaam om de groep heen. En aan de rand van het plateau, hoog boven het water, verschenen twee zeeduivels die zich gereedmaakten voor de aanval.
Het gevecht hervatte. Pete dook op de dichtstbijzijnde haai af, zijn shortsword vond de juiste openingen, en met hulp van Luciens guiding bolt โ die de haai vol in de flank trof โ maakte hij korte metten met het beest. Het dreef weg, morsdood. Lucien schakelde daarna over op een thunderwave die door het water werd versterkt en de overgebleven haaien hard trof.
Zelf, die ondanks zijn defecte hexcore bleef vechten, richtte zich op een van de haaien. Zijn lightning lure schoot door het water, vond het zeewater als geleider, en trof de haai met verwoestende kracht โ de elektriciteit werd onder water geamplificeerd en het beest kromp ineen en stierf. Maar de inspanning eiste zijn tol. Terwijl Zelf een helpende gebaar naar Pete wilde maken, sprong er een vonk uit zijn borstkas en leek er iets in zijn binnenste los te schieten. Een straal van giftig, machinegroen zuur spoten uit zijn lichaam en bedekte de tweede haai, die siste en kronkelde terwijl het zuur zijn huid wegbrandde.
De verschijning
Terwijl de rest van de groep onder water in gevecht was met haaien en zeeduivels, was Pann naar de oppervlakte gezwommen om lucht te happen. En wat hij daar zag, was groter dan de rest van de strijd bij elkaar.
Aan het einde van de grot, waar het water wild kolkte en golven over elkaar heen sloegen, stond de priester. Zijn handen waren wijdgestrekt, bloed stroomde uit zijn polsen, en hij chante in dezelfde vreemde taal als eerder. Maar zijn lichaam knikte, zijn knieรซn trilden โ hij was op het randje van instorten. Toen klapte hij voorover het water in, zijn bloed vermengde zich met de golven.
En toen gebeurde het. Het water begon te kolken met een kracht die niet natuurlijk was. Bliksemflitsen schoten door de golven. En uit de chaos rees een vrouwelijke figuur omhoog โ blauw van water, lang haar dat als zeewier achter haar aan zweefde, haar ogen geladen met elektriciteit. Ze stond op de golven alsof het vaste grond was en keek uit over het plateau, groter, machtiger. Een godin, in eigen persoon.
De priester was dood. Zijn offer had gewerkt. Maar niet zoals hij had gehoopt.
En Pann was de enige die het zag.
Daar eindigde de sessie โ met een godin die uit de golven rees, de priester dood in het water, en de rest van het gezelschap nog strijdend onder de oppervlakte, zich niet bewust van wat er boven de golven gaande was.