De Erfenis van Bloedoog โ Sessie 07: De Roep van de Golven
Sessiejournaal โ 30 juli 2026
"Ik doe niet aan goede plannen." โ Zelf
Locatie: De grote onderwatergrot achter de tunnel โ het heiligdom van de godin, met lichtgevend koraal, een diep bassin, een koraalplateau en een troonachtige formatie
Aanwezigen: Krak, Blackspot Pete, Balthasar, Pann, Zelf (de Vreemdeling / 3.14)
Het offer dat gehoord werd
De groep komt de grote onderwatergrot binnen, achtervolgd door haaien โ het vervolg van de strijd die in de offerkamer begon. De priester die in de vorige kamer ontsnapte, staat aan het uiteinde van de ruimte: een rotspartij die trapsgewijs omhoogloopt naar een troonachtige formatie van koraal, met een plateau dat net boven het water uitsteekt en een rijke verzameling schatten. Zijn handen zijn wijdgespreid, zijn polsen bloeden, en het water voor hem kolkt wild. Wanneer de priester door bloedverlies in elkaar zakt, wordt zijn offer gehoord.
Uit het water rijst een groot figuur op: een vrouw met golvend haar, elektriciteit die rondom haar lichaam knettert. Ze roept de golven op. Het water begint om haar heen te kolken, en de elektriciteit laadt zich op in het water zelf. Iedereen in de grot voelt het โ dit is geen gewone tegenstander.
Het gevecht gaat onverminderd door, maar onder water. Iedereen zit op het laatste beetje adem โ de tunnel hiernaartoe was lang, en de lucht begint op te raken. Piet heeft twee haaien en een zeeduivel tegenover zich. De ene haai is al dood, weggevreten door het zuur dat Krak eroverheen goot. De tweede haai cirkelt om Piet heen, probeert positie achter hem te nemen, en hapt toe. Het is een kritieke treffer. De haai grijpt Piet bij zijn arm en rukt er zowat een stuk af โ zestien punten schade. Piet gaat neer, bewusteloos, en wordt de diepte in gesleurd.
Krak handelt zonder aarzelen. Hij kan Piet niet aanraken, maar hij heeft zijn net โ en een bewusteloos doelwit kun je niet missen. Hij smijt het net in het water, vist Piet op en sleurt hem terug naar de groep, veilig voor de hongerige haai. Balthasar laat ondertussen zijn zwarte, leerachtige zweep uitschieten โ een booming blade die de haai vol op zijn kop treft: zeven punten snijschade en een harde, sonore knal die luchtbellen door het water jaagt. En uit zijn werktuigen groeit razendsnel een klein eldritch kanonnetje, dit keer met zwemvliesjes aan de onderkant. Een vorstbout treft de haai: zes punten schade en een flinke klap die het beest vijf voet naar achteren duwt.
De zeeduivels laten zich niet onbetuigd. Een van hen richt zich op Balthasar en het vreemde apparaat en raakt hem met zijn drietand โ zeven punten schade, maar Balthasar weet nog net weg te duiken voor de volle klap. Piet wordt bijgebracht. Met een grote injectienaald โ het soort waarmee je een kalkoen vult โ wordt Panns wereldberoemde, wit kruidendrankje naar binnen gespoten. Piet komt bij, ontsnapt uit het net, en steekt de vijand met zijn shortsword vol in de rug. De weg is vrij.
Krak staat tegenover de haai die Piet bijna had verslonden. Het beest komt net iets te dichtbij, en Krak klieft hem simpelweg door midden met zijn greataxe. Van de vijanden is nog รฉรฉn zeeduivel over, zwaargewond, op het punt zich volledig uit de voeten te maken. Maar eerst is de nieuwe vriend aan de beurt. Zijn zweep flitst door het water, raakt het wezen laag over de borst โ en dan gebeurt het: de booming energy om het wezen heen ontploft als een blender. Het water vult zich met een grote wolk bloed en gescheurde stukken.
De strijd is gestreden. Zelf โ de vreemdeling โ raakt afgeleid door de lichtgevende schoonheid van de grot, laat zijn handen door het gloeiende koraal gaan, krijgt lichte elektrische schokjes. Zijn oog begint te gloeien, zijn borstkas slaat vonken. Batterij opladen, onder water.
Herkenning
Boven water, happend naar lucht, ziet de groep wat er achterin de grot staat: een enorm, beeldschoon vrouwelijk figuur, midden in het water, knieรซn in de golven. Ze controleert het water rondom zich alsof het een verlengstuk van haar lichaam is. Haar blik is vreemd leeg, en in eerste instantie lijkt ze zich niet eens bewust van de groep โ niet gefocust op hen, alleen op het water.
Balthasar kijkt, en de puzzelstukken vallen op hun plaats. Alle beelden die hij in de tempel heeft gezien, alle teksten die hij is tegengekomen, de reden waarom deze tempel hier staat โ dit figuur neemt de gedaante aan van Amberley, de godin waarover ze zoveel hebben gehoord, de godin die ze niet bij de naam mogen noemen. Een verschijning van haar vorm, opgeroepen door het ritueel van de priester om deze kamer te beschermen. De priester is dood, maar zij is er nog.
De groep beweegt zich voorzichtig naar voren. Zelf laat een korte, magische ontlading door zijn hex engine lopen โ het water rondom hem begint te vibreren, en drie spiegelbeelden van hemzelf verschijnen en verdwijnen om hem heen. Pann schiet een pijl op het waterfiguur. De pijl raakt het lichaam, wordt er even later weer uitgeduwd โ maar het schot doet duidelijk schade. Dan doet Zelf wat Zelf doet: een Hexblade's Curse op het figuur, gevolgd door twee stralen giftig groene energie. De eerste is een negentien โ door de vloek een kritieke treffer โ en samen met de tweede straal en de bonus van zijn vloek komt de schade op achttien punten. Het water verkleurt op de plekken waar de stralen inslaan, en trekt daarna weer samen alsof er niets is gebeurd. Maar de treffers zijn geland.
Balthasar's kanon schiet een force blast โ het figuur wordt vijf voet naar achteren geduwd, een gapende wond die zich meteen weer met water vult. Een kruisboogschot van de halfling raakt de borstkas en wordt er weer uitgeperst. De schade is er, alleen is er niets van te zien.
Piet's onderzoek
Piet is ondertussen een andere theorie aan het testen. Hij gelooft niet in watergoden. Hij gelooft in een klein mannetje โ of een kikker โ dat dit allemaal bestuurt. Met zijn scherpe ogen (dertig op perceptie) kijkt hij de hele zaal rond: is er iemand die dit wezen aanstuurt? Is er iets achter de schermen bezig? Het antwoord is nee. Buiten dit ene figuur is er niets in deze zaal.
Maar Piet ziet wel iets anders. Op het oppervlak, achter het figuur, ligt een flinke hoop schatten: kisten, munten โ en daartussen een jade doosje. Piet zwemt door naar het volgende ravijn, hangt er net in, uit het zicht, hopend dat de mevrouw hem niet door heeft. De rest van de groep heeft het wel. Hij niet.
Het figuur antwoordt
En dan, voor het eerst, beweegt het figuur. Ze spreidt haar armen, steekt twee handen in het water โ en uit de golven rijzen drie haaienvinnen op, die met de stroming op de groep af komen. Ze rekt haar handen uit, en het water om Piet heen begint te knellen: zijn armen worden tegen zijn lichaam gedrukt, zijn hoofd tegen zijn schouders, en langzaam begint het water om hem heen te bevriezen. Piet kan deze ronde geen kant op.
De haaien vallen aan. Twee schieten op Zelf af โ maar ze bijten in zijn spiegelbeelden, die uiteenspatten in rook en olie. Een derde haai hapt naar Pann, die op het laatste moment wegduikt. En dan beweegt het figuur zich door het water richting Piet. Ze strekt haar hand, en uit haar handpalm vormt zich een lange zweep van water. De zweep slaat uit, raakt Piet: zeven punten schade plus de kou. Piet gaat neer. Weer.
Zelf schiet door. Hij spreekt een vloek uit โ hex op haar kracht โ en twee giftig groene stralen flitsen opnieuw in haar richting: achtentwintig punten schade. De klappen raken, het water spettert, de gaten vullen zich op โ en ze lijkt ongedeerd. Alsof ze er geen enkele aandacht aan besteedt. Krak, die alles van een afstand ziet, sprint zwemmend naar voren. Piet zit in de problemen.
De val van Piet
Het wordt een race tegen de dood. Balthasar's kanon en kruisboog missen โ schieten vanaf een watertrappelende halfling is geen schot voor de sier. Piet, bewusteloos in het water, rolt zijn death saves. En het begint slecht: een รฉรฉn. Twee failures in รฉรฉn klap.
Het figuur heft opnieuw haar zweep. Krak en Zelf komen dichterbij, maar de zweep slaat eerst. Ze raakt Piet onder water โ en dat betekent twee failures erbij. Piet is er niet meer. Zijn hoed, met het flesje gif eraan vast, blijft drijven; zijn lichaam zakt weg in de zwarte diepte, een ravijn dat niemand kan peilen. Bye bye, Piet. Alleen zijn hoed markeert nog waar hij verdween.
Het figuur stampt met haar been in het water, en een vloedgolf van drie meter breed schiet recht op de groep af. Krak krijgt de volle laag: dertien punten schade, rondgetold in het water. Zelf en Pann ontwijken het grootste deel, maar ook zij worden onder water geduwd. Krak herpakt zich โ en negeert het figuur volledig. Hij zwemt naar Piet. Al zijn aandacht is bij de emmer, bij de vriend die in de diepte verdween.
Zelf blijft schieten: een quickened eldritch blast mist, dan twee gewone stralen โ zeventien punten schade. Zijn kristal begint rood te gloeien: "Etherische oscillatie geactiveerd. Venting plasma." Hij gebruikt te veel magie, en hij weet het. Wanneer een van zijn aanvallen een natuurlijke รฉรฉn oplevert, slaat zijn chaotische flare toe โ een flits van bovennatuurlijke energie die hem losmaakt van zijn omgeving. En Zelf doet wat Zelf doet: hij teleporteert. Vlak boven haar hoofd. En valt op haar rug neer.
De godin-verschijning laat zich niet van haar stuk brengen. Ze is een robot op de schouders, maar gedraagt zich ook als een robot: volledig onaangedaan. Balthasar probeert vanaf afstand een katapult met een steentje โ ze ontwijkt. Zijn kanon raakt wel: acht punten schade, vijf voet teruggeduwd. Zelf, op haar rug, vangt een elektrische lading op uit het water: รฉรฉn punt schade. De godin probeert Krak naar zich toe te trekken โ eerst met een stroming, dan met een ijskoude greep die hem naar de bodem wil sleuren en bevriezen. Krak verweert zich tegen allebei. Letterlijk goddelijke kracht: hij heeft er niets van te vrezen.
Krak's razernij
Krak bereikt Piet. Hij trekt de emmer tevoorschijn, giet drie healing potions in de keel van zijn vriend โ en het vocht loopt er langs zijn wangen weer uit. Piet slikt niet. Er zit geen leven meer in. Krak schudt hem wakker, voelt de brandende pijn van het gif op zijn huid terwijl hij zijn vriend vasthoudt, en vreest het ergste. Piet is dood. Krak bindt de emmer met Piet erin op zijn rug. En dan komt de woede op โ een woede die niet te temmen valt.
Hij stormt door het water als een raket, zijn great axe in beide handen. Twee aanvallen, dertig punten schade. Elke slag scheurt een arm af die meteen weer aangroeit, slaat een gat in de borst dat zich met water vult โ en elke keer lijkt het alsof hij geen schade doet, wat hem alleen maar kwader maakt. En dan, bij een laatste, alles verterende klap, spat het wezen uit elkaar. Als een stuk TNT dat onder water ontploft: het water vliegt alle kanten op, en Zelf โ die nog aan haar been hing โ wordt gelanceerd. Het figuur is kort en klein geslagen. De grot wordt stil.
Krak staat nog in zijn razernij. Zijn target is weg. De rust keert terug in de grot. En dan roept hij om hulp: "Medic!" โ de emmer met Piet op zijn rug.
Wild magic en kunstbenen
Zelf voelt het. De gecurseerde godin is dood, en haar dood geeft hem levensenergie terug โ hit points die terugstromen in zijn kapotte lichaam. En hem schiet een idee te binnen: kan hij die energie niet naar Piet sturen? Een schok om hem weer op te kalefateren? Hij kanaliseert de magie, probeert haar om te buigen naar iets waarvoor ze niet bedoeld is โ en de wild magic die al de hele tijd in hem aan het opbouwen was, schiet los.
Zijn hele lichaam trilt. Zijn borstkas klapt open. En terwijl hij de energie naar Piet probeert te sturen, schiet een energiestraal recht naar beneden in zijn eigen onderlichaam. Het ene been vliegt eraf. Het andere ook. Het rompje met armen en hoofd blijft op de bodem liggen, twee rookpluimpjes onder de billen vandaan. "Ik lijk onverwachte schade te hebben opgelopen. Ik heb zelf behoefte aan reparatie."
En dan โ de kikker leeft. Piet komt terug in de emmer, wakker, verward. Het was heel erg koud en heel erg donker, zegt hij. Krak wikkelt hem in een stuk cape โ zijn klauwen branden van het gif โ en stopt hem terug in de emmer op zijn rug. "Spaar je krachten, Piet. We moeten hier weg met z'n allen." Piet kijkt vanaf Kraks rug de wereld in en steekt zijn duim omhoog. Zelf, ondertussen, zonder benen: "Zelf, groen vriend, Krak, ijzigtand. Wil jij mij ook optillen?" Krak tilt hem op. Een Chupacca en een C-3PO, de grot door.
Balthasar verzamelt wat er van Zelfs benen over is. Het is geen metaal โ het is exotisch materiaal, iets dat hij nog nooit heeft gezien. Hij stopt een stukje in zijn zak. Als machinebouwer had hij al door dat Zelf een bijzondere constructie is; hier wil hij graag aan klussen. En Zelf vertelt: hij is hier gekomen op de rug van een enorme vogel โ zo groot dat hij zijn armen niet wijd genoeg kan spreiden om het uit te beelden. Misschien liggen zijn spullen hier ook wel. Bij de schatten.
De schat
De groep loopt naar boven, richting de plek waar de schatten gestald liggen. Het eerste waar iedereen zijn oog op laat vallen: een enorme stapel goud, een berg waar Piet makkelijk in kan zwemmen. Genoeg om vijf jaar van te zuipen, denkt de meesten. En er is iets vreemds aan de hand: een briesje duwt hen in de nek, richting de schat. Op de wind drijft een stem โ eerst vaag, maar hoe dichter ze bij de schat komen, hoe helderder hij wordt.
Daar, met de gouden berg voor zich, een stem op de wind, en de vraag of Zelfs spullen โ en misschien wel een jade doosje โ tussen de schatten liggen, eindigt de sessie.