De Splinter in het Oog
Sessiejournal โ 26 augustus 2026
"Nee. Niet slapen." โ Aramkos, rechtstreeks in ieders gedachten
Datum: 26-08-2026 Locatie: De tunnels van de Underdark โ het lichaam van Aramkos Aanwezigen: Barry, Varg, Kyor, Alice, Gaia, Dimy'on
Het Lijf van een God
De spoorslak leidde hen recht het hart van Aramkos in โ en pas op dat moment begrepen ze werkelijk hoe groot dit wezen was. Wat een grot had moeten zijn, was een oceaan van deinend, drijvend zwamvlees, met hier en daar een eilandje van vaste steen dat op de drillende massa dobberde. Alles daartussen was moeilijk begaanbaar terrein, alsof je over een levend moeras probeerde te lopen. En overal โ links, rechts, boven โ was Aramkos. Er was geen kant waarheen je kon kijken zonder zijn lijf te zien. Ergens aan de andere kant van de kamer opende zich het enorme oog dat hen al bij aankomst had begroet, met een gapende bek eronder โ duidelijk het centrum van zijn wezen, het punt waar zijn bewustzijn zetelde, terwijl de rest van hem zich verhield tot dat middelpunt zoals een vinger zich verhoudt tot een lichaam.
Wie de tijd nam om te kijken, zag onmiddellijk dat er iets grondig mis was. De talloze ogen die Aramkos' zintuigen vormden, oogden schimmelig en ziek. Overal groeiden losse trosjes felgekleurde paddenstoelen โ niet per se een deel van Aramkos zelf, maar gasten op zijn vlees, wortelend in wat leek op verrotte lichamen en oude aarde. En verspreid over zijn armen zaten grote, opgezwollen witte bollen, gezwollen en pussig, duidelijk niet gezond.
Vargs Herinnering
Van iedereen in de groep was Varg de enige die hier al eerder was geweest. Als duergar had hij hier zijn jeugd doorgebracht, met groepjes van zijn volk die kleine stukken van Aramkos afhakten als voedsel โ nooit meer dan wat het reusachtige wezen niet eens leek te merken. Aramkos stond bekend als bijna dociel: een zwijgend, levend woud, nooit een jachtdier, nooit een bedreiging, tenzij zijn hele lijf in gevaar kwam. Wat Varg nu zag, klopte niet met wat hij kende. Dit was geen ontwaakt woud dat zich verdedigde. Dit was iets dat leed, en dat, waar leed groot genoeg werd, gevaarlijk was geworden voor iedereen eromheen.
Een Lied voor een God
Voordat wie dan ook een wapen trok, koos Varg voor muziek. Hij pakte zijn lier en speelde iets zachts, iets sussends, gericht op het enorme oog in de verte โ een poging om te kalmeren wat hij niet als vijand kon zien. Het antwoord kwam niet met geluid, maar rechtstreeks in ieders hoofd: een psionische stem, laag en gebroken, die maar twee dingen herhaalde. "Nee. Niet slapen." Iedereen voelde het wezen even ontwaken op het lied โ en meteen daarna weer wegzakken in datzelfde onbegrijpelijke instinct dat het aan het aanvallen hield. Er was hier iets aan het werk dat niemand van hen kon zien, en dat Aramkos zelf blijkbaar evenmin kon afschudden.
De Zwerende Bollen
Het besluit viel snel: dit gevecht winnen zou niemand kunnen โ Aramkos was simpelweg te kolossaal om te doden. Maar de opgezwollen witte bollen op zijn armen waren duidelijk het probleem, en die konden ze wรฉl bereiken. Barry beukte de eerste open, en de golf van etter en sporen die daaruit vrijkwam raakte hem niet โ de bescherming die met zijn ring meekwam, dezelfde die hem al bij zovele gevaren had gered, hield ook dit tegen. De bol was verwoest voor het goed en wel besefte wat er gebeurde. Aramkos reageerde met een brul die door iedereens gedachten sneed, en sloeg met een van zijn immense armen terug โ een klap die Barry bijna van zijn benen haalde, gevolgd door een uitbarsting van bliksem die door de hele kamer rolde. Fred, doodsbang, brak los en galoppeerde het gevecht uit โ hij zou zich er die avond niet meer bij voegen.
De Wachters van het Lijf
Uit elke bol die openbarstte, kropen kleine, doornige paddenstoelwezens tevoorschijn โ geen bewuste vijanden, eerder iets als witte bloedcellen: onafhankelijk, instinctief, en samen dodelijker dan alleen. Ze vielen in koppels aan, wisten van elkaars aanwezigheid zonder ooit te spreken, en sloten zich als een net rond wie zich alleen waagde. Wat begon als een handjevol kleine, bijna zielige monstertjes, groeide gestaag uit tot een leger dat de hele kamer begon te vullen.
Alice in de Nevel
Terwijl de rest vocht, verdween Alice volledig uit het zicht en klom via het plafond, spin na spin, van eiland naar eiland โ een acrobatiek zo moeiteloos dat zelfs zij zichzelf terug in het circus waande. Onder een van de bosjes felgekleurde paddenstoelen vond ze het eerste antwoord op de vraag waar deze wachters vandaan kwamen: een lichaam, allang niet meer te herkennen, gehuld in het zwarte harnas van een drow โ verteerd, doorgroeid, en nog altijd een kraamkamer voor nieuwe wezens zodra het verstoord werd.
De Slak Vindt de Weg
Dimy'on vond de tracker-slak eerst โ gevangen onder een paddenstoel, ingesloten in een soort schimmelgevangenis. Zodra hij haar bevrijdde, zette ze het op een rennen met een snelheid die niemand ooit van een slak zou verwachten, dwars door de kamer, tot ze abrupt stilhield naast een specifieke groeisel en er strak naar bleef staren. Daar moesten ze zijn.
Een Andere Dorpsgenoot
De eerste die ze onder de paddenstoelen vandaan trokken was niet wie ze zochten โ een andere gnoom uit hetzelfde dorp, ergens eerder gegrepen, nog altijd bewusteloos maar levend. Het bevestigde wat iedereen al vermoedde: Belda, Beldo en Beldu's dorp had meer verloren dan alleen hun ouders.
Belwar Disselgulp
De slak leidde hen uiteindelijk naar een tweede lichaam โ en deze keer was het raak. Onder een dikke laag paddenstoelen die hem bedwelmd hadden gehouden, kwam een gedistingeerde gnoom tevoorschijn: kort wit baardje, een gespierd, gedrongen lijf, en een leren werkersschort zoals een smid zou dragen. Waar zijn handen hadden moeten zitten, droeg hij twee zilverkleurige gereedschapsprotheses โ een zware pikhouweel aan de ene kant, een hamer aan de andere. Hij opende zijn ogen, keek even verward om zich heen, en herkende meteen wie hem gered had. "Mijn zonen. Jullie zijn vrienden van mijn zonen. Ik zal jullie helpen. Of mijn naam is niet Belwar Disselgulp." Hij stond geen moment stil bij zijn eigen redding โ binnen een hartslag had hij de situatie ingeschat en riep naar de rest: er was iets grondig mis met Aramkos, en het zat in zijn oog. Een scherf van zwart, levend steen, vreemd voor Belwar, maar niet voor de rest van de groep โ moest eruit.
De Splinter
Het besef trof Gaia als een golf. Ze had dit al eerder gezien: een boom, gegroeid uit een portaalsteen, bezeten door datzelfde soort verontreinigd levend steen, gedreven tot een bloeddorst die niets met haar eigen aard te maken had โ en verdedigd door precies zulke doornige, mushroom-achtige wachters als deze. Wat hier gebeurde was hetzelfde verhaal, alleen was Aramkos duizend keer groter dan die boom ooit was geweest. Geen genezingsspreuk ter wereld zou hier iets uitrichten โ je kon een oceaan niet met een lepel leeglepelen. De enige weg vooruit was dezelfde als toen: de connectie met het levend steen doorbreken, de splinter verwijderen. Maar het enorme centrale oog stond zichtbaar onder druk, gezwollen met vloeistof โ breek het verkeerd open, en de hele kamer zou onderlopen in het vergif dat eronder schuilde.
Het Oog Kijkt Terug
Belwar's mithril gereedschap bleek verrassend dodelijk โ hij bewoog door het slagveld als een dansende derwisj, flitste van bol naar bol, en liet Aramkos' kleinere ogen รฉรฉn voor รฉรฉn doven. Alice waagde intussen een gedurfd schot rechtstreeks op het grote centrale oog zelf โ het risico van een genadeklap, wetende wat er kon gebeuren als het faalde. Het ooglid sloot zich net op tijd; haar pijl begroef zich nutteloos in het vlees eromheen. Maar voor het ooglid weer dichtviel, ving ze een glimp op van iets anders in die pupil โ een onnatuurlijke, vreemde intelligentie die haar recht aankeek en breed grijnsde, voor het net zo snel weer wegviel, alsof iets de controle een fractie van een seconde had gegrepen en meteen weer kwijtraakte.
Omsingeld
Terwijl Belwar de ogen doofde, spoelde het gevecht om Barry en Dimy'on heen tot een chaos van doornige lichamen. Nieuwe wachters bleven uit elke opengebarsten bol tevoorschijn komen, sloten zich in koppels om hen heen, en sloegen hen tegelijk tegen de grond. Het magische harnas en de scherpte van beide krijgers hielden de ergste klappen af, maar de druk bleef komen โ van alle kanten tegelijk, zonder enig teken dat het minder zou worden. Aan de andere kant van de kamer opende Aramkos zijn oog opnieuw, staarde de groep aan, en grijnsde breed voor het gevecht zich hernieuwde.