โ†

Sessie 32 - De Kamer van Karsus

๐Ÿ“… 2026-09-03 ๐ŸŽฒ D&D Campaign

โ† All sessions

De Kamer van Karsus

Sessiejournal โ€” 3 september 2026


"Auramicus is dankbaar aan jullie allen. Maar jou โ€” boven alle anderen." โ€” Aramkos, tegen Varg


Datum: 03-09-2026  Locatie: Het lichaam van Aramkos  Aanwezigen: Barry, Varg, Kyor, Alice, Gaia, Dimy'on


Het Gevecht Loopt Ten Einde

Het slagveld was inmiddels compleet uit elkaar gevallen. Dimy'on lag onder een kluwen van doornige wachters, verblind en verdoofd door een golf sporen, terwijl hij zijn Death Saving Throws maakte. Varg stond alleen aan de andere kant van de kamer, tot op het bot uitgeput, met amper meer dan een ademtocht levenskracht over. Belwar had zijn dochterloze doortastendheid al bewezen door zonder aarzelen richting het centrale oog te springen โ€” "Het oog! Dat is het laatste wat we moeten hebben!" โ€” en Kyor's eerste zorg gold niet zichzelf, maar Belwar's eigen vrouw, wier spoor ze op de kaart hadden gevonden.

Necrodans

Met zijn laatste krachten en geen andere opties meer, greep Varg naar de duistere, macabere bezwering die hij eerder onder het Emporium ook al had gebruikt. Uit de grond, tussen de verborgen lichamen die overal in Aramkos' lijf begraven lagen, kwamen knokige, benige handen omhoog โ€” vijf skeletkrijgers, opgeroepen om hem te beschermen. Ze wierpen zich meteen op de wachters om hem heen en sloegen ze in enkele ademtochten uiteen. Voor het eerst in het gevecht kon Varg weer op adem komen.

Licht in de Duisternis

Terwijl de chaos om hen heen leek uit te deinen, hield Kyor stand met zijn Spirit Guardians โ€” kleine, gloeiende lichtbollen die om hem heen zongen in een taal die alleen hij verstond. Het waren geen willekeurige lichtjes: het waren Lantern Archons, dienaren van het licht, gestuurd om verdwaalde zielen terug naar het veilige pad te leiden. Voor Kyor, verstoten uit het Equilibrium en weggerukt van de Straal, voelde het als een bevestiging die hij allang niet meer had durven hopen โ€” dit was precies het soort daad waarvoor zijn orde ooit was opgericht. Barry, die zich even schrok van de plotselinge kring van licht om zich heen, begreep al snel dat deze wezens aan zijn kant stonden en vocht door, schouder aan schouder met wat op dat moment bijna een klein leger van bondgenoten aanvoelde: Belwar met zijn dansende mithril werktuigen, de herwekte Dimy'on, en Varg's skeletten.

De Splinter Grijpen

Toen het laatste van de grote, opgezwollen ogen openbarstte, zagen Alice, Dimy'on en Gaia het tegelijk: in de holte waar het centrale oog had gezeten stak een splinter van pikzwart, bijna olieachtig steen โ€” nog geen dertig centimeter lang, maar duidelijk de bron van alles. Belwar, die er het dichtst bij stond, schudde zijn hoofd. "Ik heb het gereedschap niet voor deze klus." Zijn mithril pikhouweel en hamer waren voor slaan gemaakt, niet voor dit soort precisie. Hij riep naar Alice: "Pak jij die splinter eruit. Dat is de bron van dit kwaad." Met haar Mage Hand, gesteund door Kyor's licht en Tula's fluisterende aanmoediging vanaf het plafond, greep Alice naar het steen. Het was geen gewoon grijpen โ€” het voelde als het grijpen van iets dat naar haar terug greep. Een golf van diezelfde duistere schaduwenergie die ze kende van haar eigen Mark of the Shadows sneed door haar heen, dezelfde kracht die ze had gevoeld tijdens het gevecht tussen Gaia en Remus. Ze trok door, en de splinter tuimelde los door de lucht. Ze greep hem โ€” deze keer met haar eigen hand, niet met magie โ€” en voelde de duisternis zich langs haar arm verspreiden, vanaf de schaduwvlek achter haar oor tot aan haar vingertoppen.

Aramkos Bevrijd

Een golf schoot door de hele zaal. De tentakels zwiepten nog รฉรฉn keer wild uit, en toen โ€” stilte. Het grote oog sloot zich en doofde. Voor iemand een woord kon uitspreken, klonk de stem van Aramkos opnieuw in ieders hoofd, maar anders nu โ€” rustiger, helder. "Jullie hebben Aramkos geholpen. Ik ben Aramkos, opnieuw." Overal om hen heen zonk het steen tot rust, de tentakels verdwenen onder de grond, en er openden zich nieuwe ogen โ€” niet langer wit en giftig, maar glinsterend in elke kleur van de regenboog en een paar kleuren die de bovenwereld nooit kent.

Genezing uit het Lijf van een God

Aramkos liet uit de grond nieuwe zwammen groeien, dit keer helder en glinsterend rood, groen en blauw, in plaats van ziek en pussig โ€” en nodigde iedereen uit ervan te eten. Wat ze aten was doortrokken van zijn eigen vitaliteit, en binnen enkele happen waren alle wonden van de avond genezen. Kyor haastte zich eerst naar Belwar, die met zijn laatste sprong de paddenstoel had bereikt waar het slakkenspoor eindigde โ€” en daar, eindelijk bevrijd van een monsterlijk gegroeide bewaker-paddenstoel, stond Gwennie: een olijfkleurige diepgnoom-vrouw met wit-grijs gevlochten haar, een lange staf, en levende paddenstoelen die als sieraden aan haar lichaam hingen. Ze en Belwar omhelsden elkaar, fluisterden iets alleen voor hen bedoeld, en Gwennie wendde zich dankbaar tot de groep โ€” de moeder van de Disselgulp-familie, eindelijk terug bij haar man.

Een Oud Doel Herontdekt

Belwar's dankbaarheid was overweldigend genoeg om de groep zichtbaar ongemakkelijk te maken โ€” Barry mompelde iets afwijzends over toeval en hulp die iedereen zou geven. Maar Tula, die zich vanaf het plafond had laten zakken, sprak het hardop uit voor de rest: "Ik heb exact hetzelfde meegemaakt. Deze mensen hebben mij gered van een gevangenis waar geen uitkomen was, met gevaar voor eigen leven. Dit is een goed volk." Kyor, stralend als altijd, zag er de kern van het Equilibrium in bevestigd: goed doen, zonder andere reden dan dat het goed is. En voor wie de Bovenwereld en de Laars-gilde achter zich had gelaten in weken vol nederlaag en verlies, was er een korte, stille vonk van herkenning โ€” een herinnering aan waarom ze ooit samen op pad waren gegaan.

Auramicus Onthoudt Alles

Terwijl de groep bijkwam, sprak Aramkos opnieuw, ditmaal om ieders naam afzonderlijk te noemen โ€” Barry, Gaia, Kyor, Alice, Dimy'on, en ook Belwar, Gwennie en Tula. Bij elke naam volgde een moment van erkenning. Maar bij Varg's naam hield de stem stil, langer dan bij de rest. "Waar Aramkos herinnerd is, in zijn kwaal, heb jij hem geholpen. Aramkos is dankbaar aan jullie allen. Maar jou โ€” boven alle anderen โ€” sta ik voor altijd in het krijt." Voor de jongen die ooit met zijn eigen volk kleine stukjes van dit wezen had geoogst zonder ooit een reactie te krijgen, was dit een schuld die niemand had zien aankomen.

Het Geheugen van Aramkos

Aramkos bood aan te antwoorden op vragen โ€” en de groep, wetend dat de weg naar het oosten hen wachtte, koos ervoor eerst te vragen naar de Ferim, de eters die begraven lagen onder de Anauroch-woestijn. Wat volgde was geen antwoord in woorden, maar een vloedgolf van herinnering die via de glinstering van Aramkos' eigen ogen tot de groep kwam. Ze zagen de Ferim zelf โ€” bergen van tanden en vlees, gulzige, parasitaire wezens die hun larven in andere levende lichamen planten en zich vandaaruit voortplanten, sneller en gulziger wordend met elke generatie. Aramkos herinnerde zich dat ze er al waren toen hij voor het eerst bewustzijn kreeg โ€” duizenden jaren geleden.

De groep zag de Saruk, een oeroud rijk van reptielachtige heersers โ€” hetzelfde volk dat ooit Sevila's eigen ras geschapen had โ€” die eeuwenlang tegen de Ferim vochten, duizenden versloegen, maar nooit genoeg. Toen de Saruk uiteindelijk vielen, groeide de plaag opnieuw aan, tot een nieuw rijk zich tegen hen keerde: Mithranor, het rijk van de oeroude elfen. Zeven van hun meest eerbiedwaardige krijgers droegen Maanzwaarden โ€” wapens van zilveren maanijzer, gesmeed met rune's, die sterlicht en maanlicht uit de hemel konden roepen om de Ferim in groten getale te vernietigen. Maar met de val van Mithranor, toen het elfenrijk uiteenviel in vele losstaande volkeren, verloren ook zij de macht om stand te houden.

Wat daarna kwam, kwam bijna uit het niets: het Rijk van Netheril, dat de strijd tegen de Ferim niet vanaf de grond voerde, maar vanuit steden die met arcane macht de lucht in werden getild โ€” veilig voor wat ondergronds broedde. Een raad van Netherese aartsmagiรซrs, met een figuur die alleen wordt aangeduid als Broeder Karsus in hun midden, besloot tot een tijdelijke oplossing terwijl Karsus zelf aan iets permanents werkte: een net van kracht om de hele wereld heen, geweven uit het Weefgetouw zelf โ€” een kooi voor de Ferim, met edelstenen en levend steen als katalysators om de benodigde macht te tappen. Dit was het ontstaan van het Poortwachtersnetwerk waar de groep al eerder sporen van gevonden had.

Mistra's Verbod

Gaia en Alice, beiden verbonden met de schaduwzijde van datzelfde Weefgetouw โ€” de bron van hun eigen Mark of the Shadows-krachten โ€” beseften dat dit soort magie de grenzen van wat een sterveling hoort te kunnen ver overschreed. Mystra, godin van de magie, had ooit een grens gesteld: geen tiende-graads spreuken meer, nooit meer. En omdat elke Mystra sterft en vervangen wordt โ€” waarbij het Weefgetouw zelf telkens opnieuw geweven moet worden โ€” moest dit verbod zijn ingesteld door een opvolgster, na een catastrofe die dit soort macht ooit werkelijk had losgelaten. Kyor legde de puzzelstukjes samen met een schok van herkenning: het Equilibrium, zijn eigen orde, was duizenden jaren geleden precies met dit doel opgericht โ€” om te voorkomen dat een sterveling ooit weer de balans tussen hemel en aarde zou proberen te verstoren. Als de Poortwachters en het Equilibrium met elkaar verbonden waren, moest dat verbond zijn ontstaan na deze gebeurtenis. Iemand was dwaas genoeg geweest om met deze verboden macht te spelen.

De Stad in de Wolken

De laatste herinnering die Aramkos deelde was de grootste. Een stad, hoger aan de hemel dan Silverymoon ooit was geweest, minder betoverend misschien maar oneindig indrukwekkender โ€” kilometers hoge torens, koepels van marmer en goud, een centrale spits getooid met een gouden driehoek en een diamant groter dan een drakenhart, fonkelend als een door mensenhand gemaakte ster. Om deze hoofdstad zweefden drie kleinere steden: รฉรฉn van parelmoer en koraal, die zowel kon vliegen als duiken; รฉรฉn volledig van metaal, vol automatische smederijen en golems die haar bewoners elke handeling uit handen namen; en een derde, gehuld in mist en schaduw, half hier en half ergens anders. Barry en Gaia herkenden die laatste onmiddellijk โ€” ze waren er ooit zelf geweest, lang geleden, ver van hier. Terwijl de herinnering hen dieper de hoofdstad in trok, tot in de hoogste kamer van de hoogste toren, hoorden ze wie daar op hen wachtte: Karsus zelf. En daar, op de drempel van zijn kamer, viel de herinnering stil.